De eerste betekenis vind ik nog enigszinds logisch, maar de tweede vind ik behoorlijk vreemd. "Thuis" betekent volgens mijn Prismawoordenboek:
Prisma schreef:I bw in (of) naar zijn eigen huis; woonachtig; bij zich; op de hoogte; niet - zijn van, niets willen weten van; II o gezin waar men als huisgenoot wordt beschouwd; eigen woning.
Door "thuis" te zeggen als je bedoelt "bij mijn ouders", insinueer je dus eigenlijk dat twintigers die níet meer bij hun ouders wonen geen "thuis", geen "eigen huis" hebben, dat zij zo niet behóren te wonen.
Mijn vraag is dus: waar komt die uitdrukking vandaan? Waaróm zeggen twintigers "thuis" als ze "bij (een van) mijn ouders" bedoelen? Zouden ze echt, bewust of onbewust, menen wat ik in de vorige alinea schreef?
